Het vermogen om te ondernemen

Gisteren met minister Van der Hoeven het rapport “Vermogen om te groeien” besproken. De reden om deze academische studie uit te voeren was dat er in Nederland minder snel groeiende bedrijven zijn dan in de VS en de UK. De hypothese achter dit rapport is dat dit veroorzaakt wordt door de ‘finance gap’.

Het rapport onderscheid houdbare bedrijven en bovenhoudbare bedrijven, slechts 15% behoort in Nederland tot de laatste categorie en groeien harder dan de conservatieve boekhouder voor wijs houdt, door met name vreemd kapitaal aan te wenden voor de financiering van deze groei. Overigens wordt in het rapport geen enkele definitie gegeven over wat ‘houdbare’ en ‘bovenhoudbare’ groei is.

De finance gap zou worden veroorzaakt doordat er onvoldoende geld beschikbaar is of erger nog dat ondernemers aarzelen om VC toe te laten in hun bedrijf. De samenstellers van dit rapport komen tot de conclusie dat de oorzaak vooral ligt bij de minder ontwikkelde vaardigheden van de Nederlandse ondernemer.

Wat ik mis in het rapport zijn de ‘hogere’ kosten van VC geld in Nederland, waarbij naar mijn ervaring, er een relatie ligt tot de beperkte grote van de Nederlandse thuismarkt.

In het rapport wordt als benchmark de VS en de UK genoemd. De thuismarkt in deze landen is zoveel groter dan Nederland. De consequentie van die kleine Nederlandse thuismarkt is dat zowel je initiële groeisnelheid als marktpotentieel beperkt is.
Beide zijn belangrijke criteria in de waardering van je bedrijf en bepalen daarmee de kosten voor het aantrekken van VC geld in termen van aandeelpercentage. Een hoog percentage maakt dat je je als ondernemer afvraagt of het je dat wel waard is.

In de VS en de UK kan je door de grotere thuismarkt sneller groeien en is je marktpotentieel groter, waardoor de kosten voor VC geld lager zijn.

Sterker nog, je kan stellen dat als je als Nederlands MKB bedrijf bovenmaats wil groeien en je daarvoor VC geld wilt aantrekken, dat alleen maar kan als je internationaliseert. De kosten en risico’s die daarmee gemoeid gaan zijn velen malen groter dan bovenmaats groeien in je thuismarkt.

Wat een beetje zou helpen is dat de Nederlandse overheid actief als launching customer zou optreden, daarmee help je startende ondernemers ‘track-record’ op te bouwen. Jaren geleden heb ik daar samen met Trude Maas een pleidooi voor gehouden. Op 26 april 2006 kwam EZ eindelijk met een kamernotitie hierover. De toezegging naar de Kamer komt niet verder dan een intentie om als launching customer op te treden, maar wel met de kantekening dat dit alleen kan binnen de geldende aanbestedingsregels. En laten de solvabiliteitseisen die in deze regels bepaald zijn nou net al die innovatieve bovenhoudbaar groeiende bedrijven bij voorbaat uit te sluiten!

Kortom ik denk dat het rapport voorbij gaat aan een aantal wezenlijke praktische aspecten over de finance gap. Jammer.

Herb Prooy


Blog facts